Inhoudsopgave

Gestalttherapie

Gestalttherapie kan, evenmin als andere therapieën, een existentiële therapie genoemd worden. Existentiële therapie bestaat niet. Deze uitspraak is geen pleidooi tegen existentiële psychotherapie. Het is een verwoording van de fundamentele onmogelijkheid om ons menselijk zijn in een theorie weer te geven. Schrijvers als I. Yalom (1980, 1989), R. May (1958), E. Spinelli (1994)en B.J. Kouwer (1963, 1973) delen in hun woorden iets van het fundamentele niet weten en hun authentieke zoeken. Ze weten te ontroeren, wakker te schudden en enthousiast te maken. Levende werkelijkheid wordt gevoeld, geproefd en ervaren. Ze wordt niet gegrepen in de woorden. Het Tau waarover je kunt praten, is niet het ware Tau (Tau Te Tjing, 1996). In deze zin bestaat existentiële therapie niet. Als methode of instituut ondergraaft ze haar wezensgrond. Hetzelfde geldt voor Gestalt als therapievorm. Verdienste van Gestalt is dat ze door de focus op het hier en nu en het ongrijpbare karakter van de ontmoeting minder de illusie biedt van een bedrieglijke vastigheid. Dit maakt de kans om de ander te ontmoeten achter de schermen van het therapiespel groter.

De existentiële visie op de mens, wat moet je ermee? Zij biedt geen enkel houvast in de vorm van werkbare modellen. Moeten we haar daarmee terugverwijzen naar het, reeds gedateerde, filosofische hok? Een mensmodel dat, naast vele andere mensmodellen, misschien interessant is maar niet werkbaar? Hiermee onderschatten we de kracht die er in verscholen ligt. Het gaat hier niet om een filosofie maar om het leven zelf. Het existentialisme geeft geen veronderstellingen over de werking van de menselijke psyche maar geeft slechts een blik hierop. Het is geen toetsbare theorie aangezien er niets verondersteld wordt. Vanuit een fenomenologische en logisch rationele beschouwing stuit ze op het gegeven dat het enige wat je over de mens kunt zeggen is dat je er niets over kunt zeggen. Het existentialisme is een weergave van het leven zelf. De kracht die hiermee verbonden is, is de kracht van het leven zelf. Ze is in geen enkel hok onder te brengen net zomin als de duivel in dat beroemde doosje wil zitten. Als een demon zal deze kracht ondermijnen wat we opbouwen in praktische of theoretische zin. De demon heeft in dit geval de gedaante van de existentialistische filosofie maar heeft in de loop der tijden vele gedaantes aangenomen.

Dionysos was in de Griekse oudheid de god van wanorde, drank en orgieën die alle codes doorbrak. Hij bracht hiermee figuurlijke en letterlijk leven in de brouwerij. Deze oude wijsheid vinden we in de Hindu-religie terug bij de machtige godheid Shiva. Dionysos stond in tegenstelling tot en in nauwe samenhang met de zonnegod Apollo aan wie een scherpe intelligentie, hel-derheid van geest, ordelijkheid en planmatig handelen werd toegeschreven. In Delphi stond een tempel die het grootste deel van het jaar aan Apollo gewijd was. De overige tijd moest deze het veld ruimen om plaats te maken voor Dionysos. Als hij niet toegelaten werd in de ordelijke Apollinische tempel zou het leven afsterven.

Als de Dionysos van de menselijke existentie niet door de psychotherapeutische tempel woedt, wordt het een hol, doods en oppervlakkig gebeuren. Ons lot is om mooie bouwwerken te construeren. We scheppen indrukwekkende psychotherapeutische scholen met inspirerende mensmodellen, goed doordachte theorieën, diagnostische systemen en technische vaardigheden. Leven impliceert dat de hele zaak onderuit gehaald zal worden. Hierin realiseren we ons hoe hachelijk, onzeker en angstig we in dit leven staan. Daarin bestaan we echt en ontmoeten we. Daar is geen plaats voor een "Gestalttherapeut".


Dit artikel is een vrije bewerking van enkele hoofdstukken uit 'Spelen met Niets' (Wieringa,1994).

Literatuur:
G. Skottun: "Gestalt therapy, an existential therapy", Voorgrond, december 1998.
B.J. Kouwer: "Het spel van de persoonlijkheid", Erven J. Bijleveld, Utrecht, 1963.
B.J. Kouwer: "Existentiële psychologie", Boom, Meppel, 1973.
R. May e.a.: "Existence", Clarion, NY, 1958.
L. Perls: "Living at the Boundary", The Center of Gestalt Development, 1992.
J.P. Sartre: "L'être et le néant", Paris, 1946.
J.Ph. Wieringa: "Spelen met Niets", uitgegeven in eigen beheer, 1994.
E. Spinelli: "Demystifying therapy", Constable, London, 1994.
I.D. Yalom: "Existential Psychotherapy", Basic Books (Harper Collins Publishers), 1980.
I.D. Yalom: "Scherprechter van de liefde", Uitgeverij Contact, Amsterdam, 1989.
Tau Te Tjing; vertaald door A.C. Swieringa e.a., Altamira, Heemstede, 1996.

© Jan Philip Wieringa