Inhoudsopgave

Hangpubers

Als ik het huis van het wetenproject verlaat, zie ik een merkwaardig groepje mensen staan. Ze zijn druk met elkaar in debat. Ze lijken ergens zeer enthousiast over te zijn maar mogen niet naar binnen. Het wordt me niet duidelijk wat ze precies in beroering brengt. Ik hoor dat ze ooit een eigen kamer hadden in het huis, maar dat ze vanwege ruimtegebrek een heenkomen elders moesten zoeken. Ze zijn nog steeds op zoek naar een geschikt onderkomen. Ze zijn echter meer betrokken bij hun eigen creatieve experimenten. Echte toekomstbeelden hebben ze niet, zodat een definitieve huisvesting ook niet echt vorm krijgt. Ze zijn ooit begonnen met een verenigingsgebouw, maar verloren alras hun interesse om verder te bouwen. Ondanks hun beperkte organisatievermogen en wat onbegrijpelijke visie op de mens, word ik nieuwsgierig naar dit groepje mensen. Een paar van hen zijn bereid om met mij praten. Ook zij waren ooit in het huis van het wetenproject en we spreken dezelfde taal.

Ze blijken nog steeds verbolgen te zijn dat ze ooit uit het huis verstoten zijn. Ondanks deze teleurstelling en wrok bespeur ik ook heimwee naar het grote huis. Ik ben geroerd door hun oprechte verlangen, maar vraag me in stilte af hoe een losgebroken puber ooit opnieuw deel kan nemen aan het oude geregelde gezinsleven. In de samenleving gaat een puber over naar volwassenheid en sticht vervolgens een eigen gezin met eigen idealen, waarden, normen en gebruiken. Als ik terugdenk aan de vruchteloze chaos in de drukke kamer met het bordje “Psychologie”, zie ik deze mensen daar niet tussen passen. Ze zijn er allang niet meer toe in staat om zich aan te passen. Op een gegeven moment hebben pubers hun ouders meer te leren dan andersom. Enthousiaste nieuwe wegen van jonge mensen zijn het leven zelf, ook als dit gepaard gaat met misstappen. Bouwwerken zijn slechts een kort leven beschoren. Het vernieuwende en ontwikkelende leven is een eeuwig doorgaand proces. Wij gaan allemaal dood.  Onze kennis en rijkdom gaat ten onder. De vruchten van ons bestaan nemen het over in een eeuwige beweging van leven.

Ik merk dat ik weg dwaal in poëtische taal. Het lijkt alsof ik hier meer in kan zeggen dan in grote hoeveelheden argumenten. Het huis van het wetenproject kan hier natuurlijk niets mee.